Veranderende woonwensen tijdens de coronacrisis

 

Hoe tevreden is men over de huidige woonsituatie?

De coronacrisis heeft een ‘nieuw normaal’ in gang gezet: we werken en spenderen veel meer tijd in en rondom onze woning. Zorgt dat ook voor veranderende woonwensen bij de consument? We vroegen het aan 780 funda-bezoekers.

We monitoren doorlopend of het sentiment rondom de aan- of verkoop van een woning bij de consument verandert. De afgelopen week zoomden we daarbij specifiek in op het thema woonwensen: hoe tevreden is men over de huidige woonsituatie, zijn de woonwensen veranderd sinds het uitbreken van de coronacrisis en wat vindt de consument nu meer en minder belangrijk?

Uiteenlopende tevredenheid

Over het algemeen is de funda-bezoeker nog steeds tevreden over de huidige woonsituatie*. Van alle respondenten geeft 70% dit aan. 9% zegt (heel) ontevreden te zijn.

Wanneer we kijken naar de verschillende woonsituaties, zien we wel een aantal duidelijke verschillen. Zo zijn respondenten die buiten de stad wonen tevredener dan de groep die in de stad woont: 76% tegenover 65%. Nog grotere verschillen zien we wanneer we naar het type woning kijken. Van de consumenten die in een woonhuis wonen, geeft 77% aan (heel) tevreden te zijn en 5% (heel) ontevreden. Bij de groep die in een appartement woont, is dat respectievelijk 54% en 20%.

De aanwezigheid van een huisgenoot, partner of kind blijkt van (weliswaar lichte) invloed te zijn op de tevredenheid. Respondenten die alleen wonen, zijn in 13% van de gevallen (heel) ontevreden. Bij de rest is dat 8%. Opvallend is dat we weinig verschil zien tussen de groep die meer is gaan thuiswerken en de groep die dat niet doet. Ook niet op de lange termijn: respondenten die verwachten in de toekomst meer thuis te werken dan voorheen, zijn net zo tevreden als de andere respondenten.

Veranderende woonwensen

We zien geen veranderende woonwensen bij 87% van alle respondenten. Wel zien we – niet geheel onverwacht – dat dat percentage bij de ontevreden groep aanzienlijk lager ligt: ongeveer een op de drie respondenten geeft aan wel degelijk andere woonwensen te hebben dan voorheen. Ook hier zien we een verschil tussen respondenten die in een woonhuis wonen en consumenten die hun tijd grotendeels in een appartement doorbrengen. Van de eerste groep geeft een op de tien aan andere woonwensen te hebben, bij de tweede is dat ruim twee keer zo veel.

Voldoende leefruimte en tuinen

We vroegen alle respondenten aan te geven of ze sinds de coronacrisis meer waarde zijn gaan hechten aan een aantal aspecten van een woning: het hebben van voldoende leefruimte, een studeerkamer of een tuin, een beperkte reisafstand naar werk en de aanwezigheid van extra kamers. Ook respondenten die bijvoorbeeld al een tuin hebben, kunnen zo aangeven dit belangrijker dan tevoren te vinden, zonder dat hun woonwensen daarbij veranderd zijn.

De filters ‘Buitenruimte’ en ‘Tuin’ werden de afgelopen twee maanden ongeveer 19% vaker gebruikt dan de twee maanden daarvoor

Je zou wellicht verwachten dat een beperkte reisafstand naar werk minder belangrijk geworden is vanwege het thuiswerken. De resultaten van het onderzoek laten echter zien dat dit niet het geval is: verreweg de meeste respondenten antwoordden neutraal en het aantal consumenten die dit belangrijker vinden dan eerst, is nagenoeg gelijk aan het aantal dat dit juist minder belangrijk vindt.

Voornamelijk aan het hebben van voldoende leefruimte (70%) en aan het hebben van een tuin (67%) wordt meer waarde gehecht. Dat laatste zien we vaker genoemd worden door respondenten die tevreden zijn over hun huidige woonsituatie. Ook een analyse van het gebruik van de filters ‘Buitenruimte’ en ‘Tuin’ op funda laat deze trend zien. Beide filters werden de afgelopen twee maanden ongeveer 19% vaker gebruikt dan de twee maanden daarvoor. Bij serieuze zoekers is het gebruik van het filter ‘Tuin’ zelfs met 34% toegenomen.

Populariteit studeerkamer

Het belang van de aanwezigheid van een studeerkamer is met name gegroeid bij de groep die nu meer thuiswerkt dan voor de crisis: 54% van deze groep geeft dat aan. Bij de overige respondenten is dat slechts 32%. Dezelfde verschillen zien we bij de groep die op de lange termijn verwacht meer thuis te moeten werken.

Dat de behoefte aan extra kamers – ongeacht of dat een studeerkamer is of niet – is toegenomen bij consumenten die samenwonen met een huisgenoot, partner of kind, zal u niet verbazen. Bijna de helft van de respondenten uit deze groep hecht daar sinds de coronacrisis meer waarde aan.

*bron: consumentenonderzoek op funda – resultaten t/m 24 mei 2020

Meer binnen dit onderwerp