Trends Consumentenonderzoek

We werken graag op afstand, maar liever niet té ver weg

Laatst bijgewerkt op - leestijd

Hoeveel impact heeft thuiswerken op onze woonvoorkeuren?

Thuiswerken is sinds de coronapandemie een structureel onderdeel van onze arbeidseconomie. Toch vindt 42% van de funda-bezoekers het nog steeds belangrijk om dicht bij hun werk te wonen, blijkt uit ons woonwensenonderzoek. Maar hoe zit het met andere woonwensen? We vroegen het Christian Lennartz, wetenschappelijk onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Thuiswerken is sinds de pandemie niet afgenomen, zegt Lennartz. ‘Een blijvertje dus. Maar thuiswerken is niet voor iedereen weggelegd. De mogelijkheid ligt aan het bedrijf waar je voor werkt en het soort werk dat je doet. Thuiswerken lijkt vooral voorbehouden aan hoger opgeleiden, ambtenaren en kennisintensieve groepen als ict’ers.’

Voor die groepen is thuiswerken niet meer weg te denken, ziet Lennartz. Dat vergt wel een cultuurverandering van mensen, bedrijven en hun omgeving. ‘Er kan meer vraag ontstaan naar andere voorzieningen zoals bijvoorbeeld een koffiezaak in een klassieke woonwijk voor sociale ontmoeting en een groenere woonomgeving.’

Meerderheid verhuist maar 10 kilometer verderop

Maar of dat thuiswerken nu echt doorwerkt in wáár mensen gaan wonen, dat gelooft Lennartz niet zo. Hij vindt dat niet terug in de onderzoeken van het PBL. ‘Misschien willen ze wel verder weg, maar, zoals uit het funda-onderzoek blijkt, blijft de overgrote meerderheid van de woningzoekenden dicht bij hun werk en hun vertrouwde omgeving.’

Die behoefte is er vooral bij mensen onder de 42 jaar, blijkt uit het woonwensenonderzoek van funda. Bijna de helft (49%) vindt het (heel) belangrijk om dicht bij het werk te wonen. Bij oudere doelgroepen is dit 39%. De keuze om in een bepaalde provincie te wonen baseren de meeste ondervraagen in de eerste plaats op de nabijheid van vrienden en familie, gevolgd door de nabijheid van natuur of een groene omgeving en de betaalbaarheid van het woningaanbod. Alleen bij mensen tot en met 42 jaar staat werkgelegenheid op de tweede plaats.

Ook het laatste PBL-onderzoek laat volgens Lennartz zien dat maar liefst 75% van alle verhuisbewegingen plaatsvindt binnen een straal van 10 kilometer van de oorspronkelijke woning. ‘Maar een klein gedeelte van de bevolking, zo’n 15%, verhuist op langere afstand (meer dan 30 km, red). Meestal is dat om dichter bij werk of studie te wonen, en dus niet omdat ze hun werk vanuit huis zijn gaan doen.’

Wat de wens om verder weg te gaan wonen volgens hem ook tegenwerkt is dat beide partners vaak werken. Het is dan moeilijk is om een goede bereikbaarheid en thuiswerkmogelijkheden voor beiden op elkaar af te stemmen.

Woonwensen sluiten niet aan op verhuisgedrag

Door corona is de behoefte aan natuur wel dwingender geworden, tonen onderzoeken van funda en van bijvoorbeeld Lynn Bouwknegt en Frans Schilder. Groen zorgt niet alleen voor een leuke wandeling, maar ook voor een hogere woonkwaliteit doordat bomen de wijk afkoelen en CO2 opnemen. ‘Uit het onderzoek van PBL kwam ook naar voren dat mensen een prettige woonomgeving heel belangrijk vinden’, zegt Lennartz.

‘Veel mensen kijken dan ook bij verhuizen naar de hoeveelheid groen in de buurt. Maar de aansluiting van de woonwens op het verhuisgedrag is in de laatste tien jaar scheef gegroeid’, becijferde Lennartz. Er zijn maar weinig woningen beschikbaar, betaalbaar of geschikt voor hun specifieke gezinssamenstelling. ‘En mensen willen toch liever wonen waar vrienden en familie wonen. Daarom verhuizen ze liever niet naar een plaats waar ze niemand kennen.’

De betaalbaarheid is bepalend

Betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen zijn van invloed op de woonkeuze. PBL ontdekte dat de meeste jongeren en jonge gezinnen liefst dicht bij voorzieningen wonen, die vooral in de steden te vinden zijn. ‘Maar omdat de meeste woningen voor startende gezinnen in suburbane woonomgevingen te vinden zijn en beschikbare woningen schaars en vaak te duur, zien we in toenemende mate een trek uit de steden’, aldus Lennartz. ‘Inmiddels geldt dat ook voor de middeninkomens.’

Die trek uit de stad was volgens Lennartz al voor corona aan de gang. ‘Zoekgebieden werden groter. Studenten gaan weer terug naar hun geboortestreek waar woningen groter en minder duur zijn.’ Dat zag hij al in 2022: ‘Begin 2022 was er een dip in huizenprijzen, vooral in en rond de steden. De belangstelling voor deze gebieden van huizenzoekers nam gelijk toe. Opvallend genoeg waren dit niet de mensen die vanwege de hoge prijzen in coronatijd verder weg gingen wonen.’

Thuiswerken mooi meegenomen bij buiten wonen

Het zijn volgens Lennartz dus vooral de hoge huizenprijzen die mensen dwingen uit te kijken naar alternatieven buiten de stad. Een goede verbinding naar het werk is daarbij wel een voorwaarde. ‘Steden als Amersfoort, Zwolle en Nijmegen zijn nu enorm populair. Die hebben goede verbindingen met de Randstad en als de woningeigenaren dan ook nog gedeeltelijk thuis kunnen werken, is dat mooi meegenomen. Twee dagen per week een uur heen en terug is goed te doen. Voor een betaalbare woning laten ze misschien hun ultieme woonwens nog wel varen, voor een grotere thuiswerkplek niet.’

Meer inzicht in jouw lokale markt?
De Vraagscan biedt NVM-makelaars binnen enkele klikken een handige uitdraai van de actuele vraag in een bepaalde regio. Ook handig voor je verkoper.

Vertel me meer >

‘Thuiswerken kan belangrijker worden’

Hoewel op dit moment dus vooral andere factoren, zoals betaalbaarheid van het woningaanbod, een rol spelen bij de keuze om op grotere afstand van het werk te gaan wonen, denkt Lennartz dat thuiswerken wel een grotere invloed kan krijgen. ‘Op dit moment zijn er nog te veel processen die die impact tegenwerken. Maar over tien tot vijftien jaar zal het wel zichtbaar kunnen worden’, schat Lennartz in. ‘Twee dagen thuis in plaats van vier dagen op kantoor kan het effect geven dat inderdaad keuzes gemaakt gaan worden om verder weg, in het groen te gaan wonen. Eventueel dicht bij die vrienden en familie, die mensen achterlieten toen ze gingen studeren.’