Interview

Gezamenlijke woonvormen: maakt onbekend onbemind?

Een 55-plus-koppel zit te overleggen aan een eettafel.
3 minuten leestijd

Juist het sociale aspect is wat veel senioren zoeken

De bouw van seniorenwoningen is een speerpunt van het kabinet. Een van de oplossingen zijn geclusterde woningen met gedeelde voorzieningen. Maar uit het woonwensenonderzoek van Funda blijkt dat amper de helft van de 55-plussers hiervoor openstaat. Maakt onbekend misschien wel onbemind?

Het idee van gemeenschappelijke woonvormen voor ouderen met gedeelde voorzieningen, zodat ze naar elkaar kunnen omkijken, is niet echt populair onder 55-plussers. Ze lijken er wel iets meer voor open te staan dan mensen jonger dan 55, maar de verschillen zijn klein. Zo geeft 20% van de 55-plussers aan wel interesse te hebben in kangoeroewonen of een mantelzorgwoning tegenover 14% van jongere generaties.

Data & inzichten
Wat beweegt senioren op de woningmarkt? En wat houdt ze juist tegen?

Bekijk de onderzoeksresultaten in de Funda Barometer.

Naar de Barometer

De interesse om samen een woonproject te ontwikkelen in Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) is met respectievelijk 16 en 17% vergelijkbaar. Het minst open staan ondervraagden voor co-living. Slechts 6% van de 55-plussers (5% van de jongere doelgroep) ziet het zitten om samen met anderen ruimtes te delen in één wooncomplex of woning.

Als belangrijkste reden om niet in een gedeelde woonvorm te willen wonen, noemen ondervraagden het gebrek aan privacy. Te weinig rust en vrijheid zijn andere redenen die zij noemen. Mensen die wel open staan voor een gedeelde woonvorm vinden vooral de gezelligheid en veiligheid die dit biedt aansprekend.

Vooroordelen over collectief wonen

Ook Vereniging Eigen Huis constateerde in hun woonwensenonderzoek van 2022 al dat senioren sceptisch staan tegenover gemeenschappelijke woonvormen. Nader onderzoek wees echter uit dat dit vaak voortkomt uit vooroordelen.

Hermien Miltenburg, voorzitter van de Landelijke Vereniging Gemeenschappelijk wonen voor Ouderen (LVGO), herkent dit. ‘Veel mensen denken dat zo’n gemeenschappelijke woonvorm ten koste gaat van hun privacy, of dat zij voortdurend op elkaars lip zitten. Maar dat is niet de realiteit. Iedereen heeft zijn eigen ruimte en er zijn gemeenschappelijke ruimtes. Dit biedt mogelijkheden om samen leuke dingen te doen, maar het is vrijblijvend genoeg om je nergens toe verplicht te voelen.’

50-plussers die een woongroep overwegen, hebben vaak ook een huis dat ze willen verkopen

Een ander veelgehoord argument volgens Miltenburg is: ‘Daar zijn we nog helemaal niet aan toe’. ‘Maar veel woongemeenschappen zitten juist helemaal niet te wachten op ouderen die krakkemikkig beginnen te worden. Die richten zich liever op fitte vijftigers en zestigers die vol in het leven staan. Samen een nieuwe woongemeenschap of een CPO-project beginnen kost bovendien heel veel tijd en energie.’

Ontwikkelingen
Waarom meer starters kiezen voor Collectief Particulier Opdrachtgeverschap

Meer woning voor minder geld: ontdek waarom steeds meer starters zelf bouwen in een CPO-project.

Lees meer

Behoefte aan kennis en netwerk van makelaars

LVGO probeert met eigen ervaringsverhalen 50-plussers over te halen om op tijd na te denken over een geschiktere woonvorm. ‘Liefst een gemeenschappelijke woonvorm, omdat dit voor maatschappij en individu veel voordelen biedt,’ aldus Miltenburg. De vereniging organiseert hiervoor onder meer informatiebijeenkomsten. ‘We wilden voor een van deze bijeenkomsten een makelaar uitnodigen, maar dat bleek erg moeilijk. Het viel mij op dat zij weinig af lijken te weten van het fenomeen gezamenlijk wonen.’

Frustrerend, vond Miltenburg, want juist makelaars zouden met hun kennis en netwerk initiatiefnemers van CPO-projecten en woongroepen kunnen helpen om hun plannen te realiseren. ‘Waar vind je de juiste mensen voor je project? En grond? Hoe vermarkt je de panden die je van plan bent te gaan bouwen? Ook zouden ze meer bekendheid aan dit soort projecten kunnen geven aan 55-plussers door bijvoorbeeld inspirerende voorbeelden te delen of door hen te wijzen op de landelijke GemeenschappelijkWonenDag.’

Voor makelaars zelf valt er ook veel te winnen. ‘50-plussers die zich willen aansluiten bij een woongroep hebben vaak ook een huis dat ze willen verkopen. Of tijdelijke woonruimte nodig tot hun nieuwe woning gereed is.’

Voorbeelden van gezamenlijke woonvormen

Voorbeelden van gezamenlijk wonen zijn onder meer te vinden op de website van LVGO en ZorgSaamWonen.nl. Bijvoorbeeld deze:

  1. CPO-project De Getijden in Nijmegen

    Een groep particulieren van 50 tot ongeveer 65 jaar transformeerde in collectief particulier opdrachtgeverschap een oud schoolgebouw in Nijmegen tot een woongebouw met 17 levensloopbestendige en duurzame appartementen. Een woongroep is het niet, al hebben de bewoners wel oog voor elkaar. Er is een gemeenschappelijke ruimte en ook de tuin onderhouden zij samen.

  2. Het Boegkwartier in Delfzijl

    Het Boegkwartier is een modern samenlevingscomplex met koop- en huurappartementen voor kleine huishoudens van verschillende leeftijden. Er zijn een binnentuin op het dakterras, een supermarkt op de begane grond - Lidl was als partij betrokken bij de realisatie – en een thuiszorgsteunpunt, waardoor ook bewoners met een zorgvraag hier zelfstandig kunnen wonen. Andere belangrijke voorzieningen en winkels liggen op loopafstand.

  3. Zelf verhuist Miltenburg binnenkort ook naar een appartement in een woongroep. Samen met een aantal koppels en andere alleenstaanden richtte zij Vereniging Toekomstmuziek op en kocht zij eind 2019 een kavel van 3000 m2 in Nijmegen. Hierop bouwt de vereniging tien privé-appartementen die binnenkort worden opgeleverd, met een aantal gezamenlijke ruimtes. Alle appartementen zijn inmiddels verkocht – de laatste paar via een makelaar.

Webinar
Zo haal je meer uit doelgroep 55+

Waarom verhuizen veel 55+’ers niet en hoe kun jij daar als makelaar verandering in brengen? Susan van Klaveren, expert woonvormen voor senioren bij Platform 31, laat je in dit webinar zien waar de kansen liggen.

Bekijk het webinar