Wat als je droomhuis niet bij je leven past?

Wanneer Claire als alleenstaande moeder besluit haar torenhoge huur te verruilen voor een koophuis, heeft ze haar droombeeld snel voor ogen: een charmant huis met en-suitedeuren, glas-in-loodramen en een fijne tuin voor haar kinderen. Wanneer ze aankoopmakelaar Joseph inschakelt, begint ze toch te twijfelen. Hij voelt haar woonwens goed aan, maar hij confronteert haar ook met de harde feiten: de enorme onderhoudskosten, de constante zorg die zo’n huis vraagt en ze is nu eenmaal alleen. Is dit jarendertigdroomplaatje wel écht wat ze nodig heeft?
‘Ik huurde al een aantal jaar een maisonnette in hartje Deventer,’ begint Claire. ‘Na vijf jaar kreeg ik ineens een flinke huurverhoging. Ik besloot: als ik dan toch zoveel geld moet uitgeven, dan liever aan iets wat echt van mij is.’ Ze lacht even om haar eigen naïviteit en enthousiasme in het begin van de zoektocht. ‘Ik dacht: dit regel ik wel even. Ik zoek een huis, ik heb er een goed gevoel bij en dan is het handjeklap, en klaar.’
Het makelaarsvak verdient een podium. Daarom organiseert Funda de Makelaars Vakprijzen (MAVA).
In eerste instantie vroeg Claire haar ouders om mee te gaan met bezichtigingen. Maar voor elke bezichtiging moesten ze 2,5 uur rijden. ‘Na de zoveelste rit vond mijn vader het welletjes. Hij raadde mij aan een aankoopmakelaar in te schakelen. Via een contact op de school van mijn zoon kwam ik terecht bij makelaar Joseph Lagrené.’
Droom versus realiteit
Joseph: ‘Claire was meteen open en hartelijk. Ze wist goed wat ze wilde en die jarendertigdroom was natuurlijk prachtig. Maar ik keek verder dan alleen haar droom: is zo’n huis wel realistisch voor haar? Dat wilde ik samen met haar gaan ontdekken. Niet om haar droom te verstoren, maar om te zien hoe die zou standhouden in de realiteit. Dus nam ik Claire eerst mee naar verschillende jarendertigwoningen. Met al hun charme én gebreken.’

Elk huisje heeft z’n kruisje
‘Bij veel huizen was ik al meteen verkocht,’ vertelt Claire. ‘Prachtige ramen, houten vloeren, grote boom in de tuin. Ik zag mezelf er al helemaal zitten.’ Maar Joseph keek er vanuit zijn expertise anders naar: ‘Waar zij een sfeervolle erker met glas-in-loodramen zag, zag ik een verzakking en enkelzijdig glas. De houten vloer? Mooi, totdat er boven twee kinderen op rondrennen. En de boom in de tuin? Dat vraagt meer onderhoud dan je denkt.’
‘Ik droomde met Claire mee,’ vervolgt Joseph. ‘Maar ik was ook realistisch over wat er áchter die charme schuilgaat. Bij een ouder huis ben je nooit klaar met onderhoud.’ Claire: ‘Dankzij Joseph kwam ik langzaam tot het besef dat mijn droomhuis in deze fase van mijn leven simpelweg niet praktisch zou zijn. Op een respectvolle manier liet hij mij dit zelf inzien.’

(Niet) de nummer één
Langzaam stuurde Joseph de zoektocht bij. Hij vond een jarennegentigwoning. Op het eerste gezicht leek het alles te missen waar Claire van droomde. Geen karakteristieke details, geen jarendertigcharme… Maar wél in de buurt waar ze graag wilde wonen. Claire: ‘Ik moest echt even schakelen. Het was ook nog eens op huisnummer 1. Het klinkt misschien stom, maar dat voelde gewoon niet als een fijn nummer,’ zegt ze met een lach.
Toch besluit Claire haar vooroordelen los te laten. Samen met haar kinderen loopt ze door het huis. ‘M’n kinderen voelden zich er meteen op hun plek en begonnen te spelen in de tuin. Er was veel licht, het was groot, het had een garage die ik kon ombouwen tot mijn eigen hypnotherapiepraktijk en het was onderhoudsvriendelijk. Er gebeurde iets met de energie en ik begon het huis door andere ogen te zien.’

Van droom naar realiteit
Claire besluit een bod te doen. Niet lang daarna wordt huisnummer 1 toch haar thuis. ‘Ik ben enorm blij met de aanpak van Joseph. Hij hielp me inzien wat ik écht nodig had, in plaats van wat ik dacht te willen. Hij was recht door zee, eerlijk en hij gaf mij vertrouwen. Bij hem wist ik: dit komt wel goed. Hij hield mij een spiegel voor, zonder direct te sturen. Door hem leerde ik anders naar huizen én naar mezelf te kijken. Ik ben nu een stuk wijzer.’

De cirkel rond
Claire heeft geen dag spijt gehad, en ze woont inmiddels 7 jaar gelukkig op nummer 1. Maar het huis is te klein geworden. Haar man Olaf is bij haar ingetrokken en de kinderen worden groter. Oftewel: tijd voor een nieuw avontuur. En Joseph? Die is hier opnieuw voor ingeschakeld.

‘Een paar weken geleden belde Claire mij plotseling,’ zegt Joseph. ‘Joseph, je móet ons helpen! We hebben ons droomhuis gezien.’ Het verbaasde hem natuurlijk niet: ‘Een karakteristiek jarendertigpand, midden in het bos, met veel grond en een grote schuur.’ Claire: ‘Met Olaf schrok het onderhoud me niet meer af.’
Samen met een collega-makelaar uit de regio regelt Joseph de koop van het huis voor Claire en Olaf. Ook weet hij het jarennegentigpand binnen een week te verkopen. ‘Het heeft zo moeten zijn,’ denkt Claire. ‘Ik ga alsnog in mijn droomhuis wonen, maar nu op het juiste moment. Eerder was het een fiasco geworden. En voor dat eerlijke advies van Joseph ben ik hem nog altijd dankbaar.’ Joseph: ‘Ik zie Claire en Olaf nog wel oud worden op die nieuwe plek.’

Je bezichtigt beter met een aankoopmakelaar
Op de foto’s lijkt het je droomhuis – maar nu die bezichtiging nog. Met een aankoopmakelaar aan je zijde sta je een stuk zekerder in je schoenen.


